Tussentijdse stand van zaken ammoniakreductie: minister Brouns geeft duidelijkheid over 5% reductie, handhaving en piekbelasters

11 februari 2026

Naar aanleiding van een parlementaire vraag van Vlaams Volksvertegenwoordiger Bart Dochy aan minister Jo Brouns is een stand van zaken gegeven over de uitvoering van de tussentijdse ammoniakemissiereductie bij rundveehouderijen, de handhaving op het terrein en de voortgang in het dossier van de piekbelasters.

Rundveehouders die op 23 februari 2024 vergund waren, moesten uiterlijk op 31 december 2025 een ingreep toepassen om een tussentijdse reductie van 5% te realiseren. Wie deze ingreep nog niet in de vergunning heeft opgenomen, krijgt nog de mogelijkheid om dit te melden of in een vergunningsaanvraag op te nemen tot de uiterste indiendatum van de Mestbankaangifte.

Uit de meest recente gegevens blijkt dat intussen van 1.342 meldingen akte werd genomen, terwijl 1.090 meldingen nog in behandeling zijn. Daarnaast werden al 229 vergunningen verleend waarmee de tussentijdse 5%-reductie is gerealiseerd, en zijn nog 276 vergunningsaanvragen in behandeling. Per 1 januari 2026 werden bovendien aan 371 rundveehouderijen vrijstellingen van de generieke bronmaatregelen toegekend.

Een deel van de rundveehouders hoefde de reductie niet opnieuw te melden, omdat zij geacht worden al aan de verplichting te voldoen wanneer sinds 1 januari 2015 reeds vergunde ingrepen samen minstens 5% ammoniakemissiereductie opleveren.

De Vlaamse Regering zal in de loop van 2026 evalueren in welke mate deze tussentijdse reductie heeft bijgedragen aan de vooropgestelde tussendoelstellingen. Over eventuele bijsturing van reductiepercentages in het kader van de PAS-referentie 2030 worden voorlopig nog geen uitspraken gedaan: eerst wordt de evaluatie afgewacht.

Wat controle en opvolging betreft, bevestigt de minister dat de Afdeling Handhaving van het Departement Omgeving deze verplichting meeneemt in de regulier geplande controles. Daarbij wordt nagegaan of de reductieverplichting correct geformaliseerd is via melding of vergunning, en of de reductie effectief gerealiseerd werd. Indien reductie wel is gerealiseerd maar nog niet correct geformaliseerd, moet dit alsnog gebeuren. Bij niet-naleving wordt een handhavingstraject opgestart.

Ook over de piekbelasters (artikel 18 Stikstofdecreet) zijn de cijfers duidelijk: van de 11 geïdentificeerde piekbelasters hebben 3 bedrijven de stopzettingsoptie opgenomen. Van die drie hebben intussen 2 bedrijven hun veeteeltactiviteit stopgezet en een vergoeding ontvangen. Het totaal aangeboden bedrag voor die twee dossiers bedraagt 2,3 miljoen euro. Het derde dossier is nog in behandeling: er is al een aanbod van de Landcommissie, maar dit is nog niet definitief wegens een mogelijke bezwaarprocedure.
De twee afgeronde dossiers situeren zich in Antwerpen en Vlaams-Brabant; het derde dossier ligt in Limburg.